Murakami is Japan
September 6, 2012 | Posted By:
admin |
Uncategorized |
Ik ben op weg naar Kyoto, waar Murakami in 1949 werd geboren. De witte Shinkansen Superexpress, met een platte neus als een eendensnavel, is vanuit Tokio Station tot op de seconde op tijd vertrokken. Het uitzicht vliegt met 300 kilometer per uur voorbij: berglandschappen, bonte herfstkleuren, rijstvelden. De snelheid van de trein voelt als een vliegtuig dat vlak voor het opstijgen vaart maakt. Gepubliceerd als reisverhaal in tijdschrift Zin – september 2012.
Het Japan van Murakami (PDF)
+ Read more…
Miss, are you Jewish?
August 17, 2012 | Posted By:
admin |
Uncategorized |
Jaren geleden stond ik bij een telefoonwinkel in Brooklyn, New York, gerund door drie orthodox Joodse mannen. In de meest liberale stad van Amerika verkochten deze winkeliers in zwarte pakken, keppeltjes en twee pijpen- krullen langs hun baarden, mobiele telefoons! Dit was mijn eerste gesprek met een orthodoxe Jood ooit, dus ik dacht hen te ver- blijden en vertelde dat ik net in Tel Aviv was geweest. Het tegenovergestelde gebeurde: ze vonden Israël vreselijk! Een land vol goy, ongelovigen, allemaal! Ze werden woedend. Ik begreep er niets van. Orthodoxe Joden die de staat Israël verafschuwden? Totdat ik Chaim Potoks boek Uitverkoren las over de chassidische Joden in Williamsburg en het incident op zijn plaats viel.
Joods Brooklyn van Chaim Potok (PDF)
Geen internet is pas hip
In de wijk Williamsburg in coffee bar Black brick, Bedford Avenue 300, tel ik 12 mensen, 12 Apple laptops en 24 oren met witte oor- dopjes. Het is dinsdag in de vroege middag en de stad is plakkerig warm. Bedford Ave- nue is met 16,4 kilometer de langste straat van Brooklyn en doorkruist 132 straten. Brooklyn, ‘de overkant’ van Manhattan, is cool. Twintig jaar geleden wilde niemand hier wonen, in dit ‘verdorven stukje metro- pool’. Tegenwoordig willen zelfs de yuppen uit Manhattan naar dit deel verhuizen. Ter hoogte van South 3th Street, op Bedford 352, zit restaurant Rabbithole, met een menu van gestoomde mosselen, blackbean veggie burgers en beignets van artisjokken. Hier ‘geen gratis wifi en gelieve geen laptops’ op tafel want de schreeuw naar internetrust is pas echt hip. In Rabbithole zitten mooie, jon- ge, gemutste, bretels-dragende types met elkaar te praten. Jawel, te praten en niet te Facebooken. Ik loop verder zuidelijk over Bedford, onder de Williamsburg Brug door, een van de drie bruggen die de stukjes New York met elkaar verbinden. En dan gebeurt het wonderbaarlijke.
Van cool naar orthodox
Opeens is iedereen zwart gekleed, bebaard. Ik sta in de wereld van de orthodoxe Joden. Het enige wat ik heb gedaan, is de brede straat Broadway oversteken. Ik loop nog steeds op Bedford Avenue en ben op 300 meter afstand van de vanilla caramel latte macchiato ijskoffies. Ik hoor alleen nog Jid- disch spreken. Een taal die in Israël alleen nog door stokoude mensen wordt gesproken, die het vroeger in Europa spraken. Hier in New York spreken ze Jiddisch omdat men het Hebreeuws een te heilige taal vindt voor ‘aardse’ gesprekken. De mannen lopen in het zwart,
hoeden op, witte shirts onder
hun jascolbert, lange zwarte sok-
ken, vier witte gebedsfranjes gedrapeerd langs hun benen
(‘tzitzit’ is een geknoopt hesje
onder de kleren waarvan alleen
vier franjes zichtbaar zijn). De vrouwen dra- gen donkerbruine pruiken tot boven de schouder of geknoopte hoofddoekjes. Alle- maal achter de kinderwagen met in hun kiel- zog een indrukwekkend aantal zonen en dochters. Het is net alsof ik in Potoks boek loop en zijn karakters vanuit de bladzijden zijn opgestaan. En dat terwijl Uitverkoren zich zo’n zeventig jaar geleden afspeelt. Alle autobestuurders zijn ‘opeens’ alleen nog orthodoxe mannen. De teksten op de gele schoolbussen en de uithangborden van wasserijen, supermarkten en synagogen in het Hebreeuws. Al ben ik de enige niet orthodoxe die in dit deel van Bedford loopt, nie- mand gunt mij een blik waardig. Ik krijg het gevoel alsof ik niet besta, onzichtbaar ben.
Eeuwig zwanger
De chassidisch Joodse stroming komt oorspron- kelijk uit het Oostblok. In Uitverkoren zegt Reu- vens vader over de ‘stichter’: ‘Hij werd omstreeks 1700 in Polen geboren. Zijn naam was Israël. (…) Ook geloofde hij (…) dat de stu- die van de Talmoed niet erg belangrijk was, het was niet nodig om op voorgeschreven tijden te bidden. Men kon God ook loven met een oprecht hart, door blij te zijn, te zingen en te dansen.’ Maar vandaag de dag is er weinig uitstraling van geluk te vinden. De huizen aan beide kanten van Bedford Avenue zijn somber. Slonzige drie verdie- pingen tellende brownstones, de populaire New Yorkse huizen, met brede trappen die naar de hoger gelegen voordeur leiden. De voortuinen onverzorgd met overal kinderspeelgoed en vuil- nisbakken. In 1967 noemde Chaim Potok de huizen aan Bedford al ‘oud en versleten met hun langzaam kalende tuinen’. Er is kennelijk niets veranderd. De meeste chassidische Joden hier in New Yorks Brooklyn zijn kleinkinderen van holocaust- overlevenden uit Oost-Europa. Het lijkt alsof men die duistere tijd nog met zich meedraagt. Chaim Potok beschreef het pijnlijk mooi: ‘Kin- deren waren vermoord; de vrouwen lijken nu wel eeuwig zwanger.’ Bij Bedford en Kosciuszko Street begint het min- der zwart-orthodox te kleuren en komt het regu- liere New Yorkse leven weer op gang. Ik ben ondertussen 25 straten, ‘blokken’, gepasseerd.
Israël bestaat niet
Is het nog nodig om zo afgesloten te leven ter wille van geloof in een land van dromen en vrij- heid? De Joods Amerikaanse rabbijn Chaim Potok (1929-2002) verpakte de geschiedenis van de chassidische Joden uit Williamsburg in een prachtig boek over de kwetsbare vriendschap tussen twee Joodse tieners, Daniel en Reuven. Uitverkoren werd een wereldwijde bestseller en daarmee opende Potok de gordijnen van een geheimzinnig toneelstuk, waarin hij zelf opgroeide. Een groot deel van het verhaal gaat over de strijd die er na WOII woedde binnen de Joods Amerikaanse gemeenschap: moest Israël nu wel of niet het Joodse thuisland worden? Bepaalde orthodoxe chassidische stromingen geloven dat de echte staat Israël pas kan worden gesticht als de Messias is teruggekeerd en dat is tot op de dag van vandaag nog niet gebeurd.
Baardgetrek om de Messias
Op de tribunes van Citi Field, het honkbalstadion van de New Yorkse Mets, in de wijk Queens, wordt gewoonlijk bier gedronken, maar deze zondag moet zelfs het gras geschrokken zijn: 40.000 ultra-ortho- doxe Joden uit heel Amerika vullen het stadion. De mannen protesteren tegen het gevaar van het moder- ne internet en propageren ‘koosjer’ internet. Ook de New Yorkers zelf vinden het tafereel bijzonder, want op internet verschijnen talloze foto’s van hobbyfoto- grafen van de men in black. Die zwarte kleding moet een lijdensweg zijn in deze hitte. Ikzelf lig tijdens de demonstratie met mijn krant en teenslippers in Pros- pect Park, waar Bedford Avenue en Eastern Parkway elkaar kruisen. Eastern Parkway is een prachtige, groene laan met enorme herenhuizen, praktisch allemaal in handen van Joden. Meerdere synagogen, sabbathuizen, kantoren van zionistische groeperin- gen. Op nummer 770 bevindt zich het hoofdkwartier van de Chabad-Lubavitch Chassidische Beweging, ‘Lubavitch House’, waarvan zowel in Israël als in Australië een replica is nagebouwd. Het wordt als een bedevaartsoord beschouwd en daarmee onmid- dellijk oorlogsgebied voor de chassidische Joden onderling. Zij maken al jaren ruzie over de stelling of de Messias nu hier wel of niet is geweest. Een onop- losbare vete die in het verleden scènes van beard- pulling ofwel ‘baardtrekken’ heeft opgeleverd.
Bent u joods?
‘Are you Jewish?’ vraagt een orthodox geklede jon- gen mij beleefd terwijl ik lekker lig te dommelen in het gras. Zeg ik ja, dan word ik uitgenodigd om aan- komende vrijdag een sabbat bij te wonen. Zeg ik nee, dan zegt hij mij vriendelijk gedag en loopt verder. Zieltjes winnen, heet dat. Maar hij is vanzelfspre- kend niet chassidisch. Die geheimzinnige, religieuze wereld blijft hermetisch afgesloten van de buitenwe- reld en opent zich voor ons goy schorem alleen in de boeken van een van mijn lievelingsschrijvers: rabbijn Chaim Potok
.
+ Read more…
Allende’s gestoorde inktvis
June 4, 2012 | Posted By:
admin |
Uncategorized |
Arriveren in een onbekend land geeft mij altijd een unheimisch gevoel. Alsof ik iets belangrijks ben vergeten in te pakken. Ondertussen weet ik dat het geen materiële vergeetachtigheid is, maar een mystieke jetlag. Mijn ziel reist nu eenmaal langzamer dan mijn lichaam.
Allende’s gestoorde inktvis (PDF)
Precies daarover, over de wereld van het ondoorgrondelijke van de ziel, gaat Het huis met de geesten. Een van de meest bekende boeken van de grote Chileense schrijfster Isabel Allende (1942). Haar boek over de compleet knotsgekke familie Trueba is geïnspireerd op haar eigen Chileense familie. En op haar vaderland, waar mijn vliegtuig inmiddels koers op zet. Ik hield al van Zuid-Amerika voordat ik er ooit was geweest. Puur vanwege de pen van twee op dit continent geboren schrijvers: Gabriel García Márquez en Isabel Allende. De koning en koningin van het literaire ‘magisch realisme’: de harde werkelijkheid verpakt in grenzeloos bizarre sprookjes.
De gezagvoerder van Pluna Airlines rondt zijn monoloog af. Hij hoopt dat zijn passagiers zich thuis hebben gevoeld en casa, op zijn vlucht PU 405 met bestemming Santiago de Chili. “Het is tweeëndertig graden Celsius en de luchtvervuiling is vandaag niet erger dan normaal,” meldt hij vrolijk. De enorme, moderne metropool onder mij komt steeds dichterbij en begint herkenbare vormen aan te nemen. De stad wordt omsingeld door de besneeuwde bergtoppen van het Andes- gebergte, die doen vermoeden dat de werke- lijke schoonheid van het lange, flinterdunne land verborgen ligt in de natuur. Niet in deze miljoenenstad. Volgens Isabel Allende zelf is “Santiago uitgewaaierd als een gestoorde inktvis en heeft de stad zijn tentakels in alle richtingen uitgestrekt”. Net zoals haar excentrieke familie, die haar eigen tentakels heeft verstrengeld met die van Chili en zich daardoor onsterfelijk heeft gemaakt. Isabel Allende zelf woont al jaren niet meer in Chili. In haar biografie Herinneringen aan mijn Chili schrijft ze: ‘Chili is het land van mijn nostalgie dat ik in mijn eenzame ogenblikken oproep, dat in zoveel van mijn verhalen als decor opduikt, en in mijn dromen verschijnt.’ Ondanks haar heimwee woont ze sinds 1987 samen met haar man, advocaat William Gordon, in het zonnige San Francisco. “Ik ben in Chili opgegroeid, mijn hart ligt in Chili, maar ik herken het amper nog en verdwaal in de straten.” Allendes ruime Amerikaanse villa is wel La Casa de los Espiritus gedoopt, de Spaanse titel van de debuutroman waarmee ze wereldberoemd is geworden.
Heiligen van steen
In stadspark Cerro Santa Lucía in
Santiago zit een oude dame in de
kleine kiosk bij het openbare
toilet. Het is gelegen aan de voet van een van de stadsheuvels. Er liggen mozaïektegels op de vloer, de buitenmuren zijn vaal saffraan gekleurd met stroken okergeel. De dame is bijna onzichtbaar achter haar veel te hoge toonbank met schoteltje muntjes. Achter haar hangt het portret van een jonge Charlie Chaplin en een crucifix. Buiten spuit de fontein water. Naast de toiletten staan palmbomen in een byzantijns decor. De trap oplopend, doemt een paleisachtig gebouw op met geen ander doel dan mooi te zijn. Een verliefd stel zit in de inhammen van een van de arcades. Om het stadspark met uitkijktoren bovenop te mogen betreden, moetik mijn naam, nationaliteit en paspoortnummer invullen in een groot opengeslagen boek vol lijnen die met de hand zijn getrokken. Chilenen zijn zeer gelovig, het merendeel is katholiek. Bovenop de heuvel staat dan ook een levens- groot standbeeld van de negentiende-eeuwse Chileense aartsbisschop Manuel Vicuña Larrain. Hij kijkt uit op een andere heilige van steen in de verte, groter van formaat en hoger gelegen op een andere stadsheuvel, San Cristobal. Je kunt haar met een kabelbaantreintje bezoeken: de Heilige Maagd Maria. Isabel Allende, van- zelfsprekend katholiek opgevoed, verafschuwt inmiddels elke vorm van religie: “Ik geloof niet in wat anderen mij vertellen. In mijn eigen ervaring openbaart zich de waarheid.”
Het begon als een brief
Isabel Allende lijkt in Europa beroemder dan in Chili, er is niet één standbeeld of plein met haar naam te vinden. Maar in de buik van de Biblioteca Nacional de Chilevind ik het Isabel Allende-archief: honderden zorgvuldig uitgeknipte en gearchiveerde kranten- knipsels, verhalen en interviews over en met de schrijfster. De betonkleurige nationale biblio- theek in Santiago Centro, op loopafstand van de stenen aartsbisschop, is imposant robuust. Daar leer ik haar kennen als journalist, tv-presentator, felle feminist met grote afkeer van het Zuid- Amerikaanse machismo, als politiek vluchtelinge met eeuwig heimwee en als nicht van oud-president Salvador Allende. Maar ook als Chileense moeder, die in 1992 haar volwassen dochter Paula in haar armen ziet sterven, indrukwekkend beschreven in haar boek Paula. Het legendarische ‘huis met de geesten’, in werkelijkheid het huis van haar opa in de wijk Providencia, bestaat niet meer. Tegenwoordig staat er een spuuglelijke discotheek. Isabel mag dan niet in God geloven, ze groeide naar eigen zeggen wel op met een grootvader die net God was: onfeilbaar, alomtegenwoordig en almachtig. “Op 8 januari 1981 begon ik met een brief aan mijn grootvader, die toen bijna honderd was en op sterven lag. Vanaf de eerste zin wist ik dat dit geen brief als alle andere was.” Het werd het begin van een van de aller- mooiste boeken die ik in mijn leven heb gelezen: Het huis met de geesten. Op diezelfde opa, Agustín, is de tirannieke, wellustige patrón Esteban Trueba, hoofd van de familie Trueba, geïnspireerd. Haar oma Isabel stond model voor diens vrouw Clara, die – ook op waarheid gebaseerd – paranormale ervaringen had en met geesten communiceerde. Bijna alle andere bizarre karakters in het boek zijn eveneens geïnspireerd op de Allendefamilie. Sommige namen blijken zelfs dezelfde.
Kafka was een Chileen
De onorthodoxe wijk barrio Lastarria ligt direct achter de hedendaagse kunstacademie. De terrassen van Amerikaans ogende koffie- en-cheesecakebars zitten vol hip volk met strakke spijkerbroeken, Nana Mouskouri- brillen, smartphones, laptops en enorme witte koptelefoons in de nek. Er wordt uitbundig veel op de wangen gezoend. Het Chileense Spaans wordt razend snel gesproken en is doordrenkt met verkleinwoordjes (geen café maar cafécito: ‘koffietje’). De stadse Chilenen lijken van geen kant op de typische Latijns-Amerikanen die ik ken. Ik heb nog geen swingende karakters kunnen ontwaren, eerder wat stoïcijnse annex serieuze noorderlingen. Iedereen houdt zich strikt met zijn eigen zaken bezig. Totaal niet het broeierige Zuid-Amerika waar ik zo van hou. ‘Kafka was een Chileen,’ schreef Isabel Allende treffend. De geschiedenis van de Pinochetdictatuur heeft onmiskenbaar littekens achtergelaten. De naam ‘Pinochet’ wordt alleen gefluisterd en liever angstvallig doodgezwegen. Niemand wil weten wie er voor of tegen was, want vandaag de dag lopen er nog steeds voorstanders rond van het bloedige militaire regime van de gene- raal dat maar liefst zeventien jaar duurde. Ook Isabel Allendes leven veranderde compleet met de komst van Pinochet. Haar oom de president, de linkse socialist Salvador Allende, werd op 11 september 1973 bij een coup afgezet en diezelf- de dag door een kogel gedood (zelfmoord, weten we nu). Isabel vluchtte met een handje aarde in haar tas naar Venezuela waar ze jaren later haar eerste boek, de bestseller Het huis met de geesten, schreef.
Pisco als grote liefde
Chilenen houden van alcohol. Het meest geliefd is de pisco, brandewijn van muskaatdruiven, gemixt met limoensap en eiwit. Een populair mixdrankje waarvan drie stuks genoeg is om met een tollend hoofd huiswaarts te gaan. Beter dan Isabel Allende zelf kan ik de nationale drank niet beschrijven: ‘Zoet en verraderlijk, die je vol vertrouwen drinkt maar bij het tweede glas al een dreun uitdeelt waarvan zelfs de kranigste kerel onderuit gaat.’ De Chileense regering neemt extreme maatregelen om dronken- mansgedrag aan banden te leggen. Zo mag er op het rockfestival Lolla Palooza, dat jaarlijks plaatsvindt in Santiago’s Parque O’Higgings, helemaal geen alcohol worden geschonken. De ‘bierstraat’ Patio Bellavista tussen Constitución en Pio Nono lijkt ’s middags na vijven één grote aaneengesloten openluchtbar, geen kruk meer vrij en alle tafeltjes vol bierflessen. Het is een gebruik om de lege flessen na de komst van een aantal nieuwe literflessen, gewoon op tafel te laten staan. Misschien als statussymbool: zó veel heeft onze tafel al gedronken. Of zou het vooral handig zijn voor de obers, die niets hoeven te noteren en even snel de flessen tellen bij het afrekenen?
Het huis op de hoek
De hippe wijk barrio Bellavista, noemt zichzelf ‘bohemien’. Rustige lommerrijke lanen, villa’s met torentjes als op kastelen, veel schaduw door hoge bloeiende bomen, weinig auto’s, prachtige graffiti op de muren, kunstgaleries, Italiaanse koffiebars, boetiekwinkels, gay bars en toeristentrekker La Chascona. Het huis van de Chileense trots, poëet Pablo Neruda, die Allende graag citeert in haar boeken. Helaas is er niets meer over van het ooit zo frivole interieur. Tijdens Pinochets coup in 1973 is het volledig gemolesteerd, omdat de dichter lid was van de Communistische partij. In het kleine amfitheater aan het eind van de straat wordt in het weekend poëzie voorgedra- gen. Het voelt hier dorps, de kalmte van ons-kent-ons maakt de atmosfeer zo anders dan de rest van de grote moderne stad, Santiago. Hier zou Allende rustig kunnen wonen en zou ‘het huis met de geesten’ best op de hoek gestaan kunnen hebben. ■
Gepubliceerd in tijdschrift ZIN uit de serie ‘Zin reist het boek achterna’ (juni 2012)

+ Read more…